Saskia Giorgini

Poëtische schoonheid, kleurrijke muziek en onbekende pareltjes

Zondag 10 mei 2026

11:30 Schouwburg Het Park

Programma

Liszt en Debussy

Musici

Saskia Giorgini, piano

Biografie

Pianiste Saskia Giorgini behoort tot de meest veelzijdige en expressieve pianisten van haar generatie. Haar internationale doorbraak kwam met het winnen van het Internationaal Mozart Concours Salzburg, waar zij niet alleen overtuigde met technische beheersing, maar vooral met haar stilistische verfijning en muzikale diepgang. Eerder viel zij al op met de speciale Chopin-prijs tijdens de Ferruccio Busoni Competition en meerdere onderscheidingen bij de Amadéo International Piano Competition.

Giorgini werd geboren uit een Nederlandse moeder en Italiaanse vader en groeide op in Turijn. Al op vierjarige leeftijd begon zij met pianospelen en haar uitzonderlijke aanleg leidde haar op jonge leeftijd naar de prestigieuze Accademia Pianistica Incontri col Maestro. Daar studeerde zij bij vooraanstaande docenten als Riccardo Risaliti, Franco Scala, Leonid Margarius en Michel Dalberto. Haar opleiding vervolgde zij met onderscheiding aan het conservatorium van Turijn en later bij Enrico Pace en Pavel Gililov aan het Universität Mozarteum Salzburg, waar zij haar artistieke identiteit verder ontwikkelde.

Als soliste en kamermusicus treedt Giorgini wereldwijd op in gerenommeerde zalen en festivals, waaronder TivoliVredenburg en de Großer Saal van de Stiftung Mozarteum Salzburg. Zij werkte samen met diverse internationale orkesten en dirigenten en deelde het podium met musici als Janine Jansen, Martin Fröst en Ian Bostridge. Haar brede repertoire en haar affiniteit met zowel het klassieke als het romantische en vroegmoderne repertoire maken haar tot een overtuigende en veelzijdige artiest.

Haar spel wordt geprezen om de combinatie van helderheid, poëzie en verbeeldingskracht, waarmee zij een sterke en persoonlijke muzikale stem laat horen.

Uitvoering

Het programma dat ze brengt in Het Park verkent de overgang van vroege romantiek naar impressionisme, met een nadruk op kleur, karakter en verfijning.

Bij Franz Schubert (1797–1828) horen we in de Twee Scherzo’s D.593 een speelse, maar ook grillige kant van zijn stijl. De lichte dansvorm wordt doorkruist door onverwachte wendingen en harmonische subtiliteit. Franz Liszt (1811–1886) verdiept vervolgens de expressie: de Tröstungen ademen introspectie en spirituele rust, terwijl de virtuoze Valse-Caprice op thema’s
van Donizetti juist theatrale flair en bravoure toont.

Na de pauze verschuift het klankbeeld naar Frankrijk. Lili Boulanger (1893–1918) laat in haar Trois morceaux een verfijnde, poëtische taal horen, waarin helderheid en melancholie samengaan. Bij Maurice Ravel (1875–1937) komt dans tot leven in de elegante Danse gracieuse et légère uit Daphnis et Chloé, terwijl de Valses nobles et sentimentales een spel vormen van nostalgie en moderniteit.

Het programma sluit af met Claude Debussy (1862–1918), wiens pianowerken het impressionisme definiëren. In Estampes roept hij exotische en schilderachtige werelden op, terwijl L’Isle joyeuse sprankelt van vrijheid en extatische energie. Zo ontvouwt zich een reis van intieme lyriek naar klankkleur en verbeelding.